Debuutroman: Zwarte Lust
Het fragment van de dag uit hoofdstuk 30
Het dak was zoals ieder dak glad en smerig. Voorzichtig liep hij een paar meter naar links, waar hij eenvoudig op het dak van het betreffende pand kon overstappen.
'In een film vonden ze meestal een open dakraam,' schoot het door zijn hoofd, maar helaas dit was geen film, er was geen open dakraam. Uiteindelijk zag hij geen andere mogelijkheid dan half over het dak hangend alle ramen van de bovenverdieping te inspecteren en hopen op een gelukje. Hij kreeg zijn gelukje.
Het raam in het midden van de achterzijde stond open. Ron probeerde naar binnen te gluren, maar zag geen hand voor ogen. Hij moest het er maar op wagen. Op zijn buik liggend liet Ron zich naar beneden zakken en kon zijn voeten precies op een gelukkig vrij brede vensterbank zetten. Hij pakte met één hand de post van het venster en bleef zo een minuut in elkaar gedoken zitten. Het geheel speelde zich af meer dan zes meter boven de grond, maar gelukkig had hij geen last van hoogtevrees anders zou de operatie geheel onmogelijk zijn geweest.
De kamer was wel bewoond, maar gelukkig verlaten. Hij zag een standaard slaapkamer waar de bewoner zijn kleren achteloos op een hoop naast het bed had neergegooid. Verder bood de kamer niet veel interessants. Een oude kast waar Ron niet veel interesse voor had. Het enige wat hem de wenkbrauwen deed fronsen was de handboei aan het hoofdeinde van het bed. Op dit moment kon hij hier niets verder mee aan en sloop vrijwel geruisloos naar de deur die hij met eindeloos geduld open deed. Ron zag in het schemerlicht van een klein nachtlampje een verlaten gang.
|